Books

Als of er iets te kiezen valt

Als of er iets te kiezen valt

I like the undefinite, the boundless, and constant uncertainty.’
Gerard Richter

Naakter dan elk Stilleven,

voor Lieven Herreman

Alsof er iets te kiezen valt, niets meer te verbergen is.
Vergeelde vlekken op de muren, een stukje afgebladerd
behangselpapier, planten die naar water smachten. De ruimte

ruikt naar handen die de geheimen van het verleden prijsgeven.
De sterren zijn nooit onverschillig. Ze suggereren soms wilde
aberraties als na de erotiek, en realistische details in een

onstuitbare overvloed als betrof het rimpelingen in het water,
na de herinnering en de pijn van het verlangen. Als een val
diep op het asfalt. Uit de hemel ook. Het lichaam plots met

hechtingen. Het litteken als een geslacht op haar buik. Maar ook
onder de ranken van de passiebloemen zocht ze naar naaktheid,
wou ze het denken vergeten en op de vergetelheid heroveren.

Begerig als een wolvin. Als een prooi ook. Of zacht als een meisje
in fluweel zoals de binnenkant van haar geslacht. De tijd heelt niet
steeds de angsten. Soms blijven ze nasluimeren in het hart. ‘Faut-il

cultiver le jardin?’, zoals Voltaire beweerde. Wat als het nu eens
omgekeerd zou zijn en de tuinen met bijen, vlinders, mossen,
wilde wingerd, frambozen, rozen, kikkers en libellen, vijgen

rijpend in een overvolle en wulpse zon haar en dus ook ons
cultiveerde. Zoals de blik van de camera de wonden niet enkel
toont maar ook heelt. In eenzaamheid. De brokstukken van de

herinnering en van de genietingen die vergeten waren opnieuw
tentoonspreidt. Alsof er nooit iets te kiezen valt. De naaktheid als
vlekken, spatten in het landschap. Van het lichaam ook. Ze verbergen

niet enkel, onthullen ook. Als heldere demonen in het geraaskal
van een wilde of bekende stad. Woedende dromen. Prikkend
als cactussen in een handpalm. Het dubbele glas van de geliefden
is gebroken. De scherven stutten het heden en kronen de naaktheid
met een zacht stromend bloed als tranen die aan de wimpers blijven

kleven om onverwachts als dauw in de lakens van de nacht te
verdwijnen. O meeslepend en niet verdwijnend heden. O slaaf
van naaktheid in het beeld. De vlucht van de weemoed, even

onaantastbaar als de diepte en mystiek van het lichaam. Genot
als veruitwendiging van elke bestaansvorm. Een soort vage ontzetting
van de wonde. Nietsvermoedend te midden van de stilstand van

de blik, de camera. Modder en aarde als Purgatorio. De kleren
uitgetrokken. In een elleboog van het moment. Vluchtig en
nonchalant. Haastig ook. Als sporen van wat weids zou kunnen

zijn, in zich dragend. Als einders die de kamer afbakenen. Zonder
franjes, zonder bloemende verbloemingen. Hard als marmer. Met
de gesel van het toeval dat nooit toevallig is. De blik als valstrik.

Alles opgeslagen in de huid die spreekt zonder dat er woorden
vereist zijn. Verhalen worden uitgekleed. Haar hand een waaier
voor het geslacht uit vrees voor de schaamte van het beeld. Als

ligt daar de goddelijke plek van het paradijs. Het zelfportret van
haar andere zijn. De overvloed, de weelde die vergeten is. De hand
als schelp dus. Het beeld een oester die van mond tot mond doorgegeven

wordt. Gesavoureerd. Als voorbode voor wat komen moet. De bekoring
van het onvolmaakte. In een compositie van alomtegenwoordigheid.
Het besef ‘De hemel is hier niet anders.’ De rituele coïtus van de

dagelijksheid als introïtus van een noodzakelijkheid. Zonder van de
wereld te vallen. De vleugels van de onschuld afgesneden. Als ruiten stukgeslagen. Het beeld een lont naar meer. In naakte huizen waar

de rede niet steeds meer te vinden is. Dromen als eelt harder geworden
zijn. Spontaniteit omheind wordt. De lente voor de ogen duizelt en twijfelt tussen twijgjes van een pasontloken liefde. De blik wordt afgewend. Wie

vertelde haar dat ze de maan verloren is? Wie veegde de onbezonnen
toekomst in haar ogen uit? Wie vergat haar de zon van het heelal als een
nooit verwelkende bloem tot geschenk in de nacht aan te reiken?

tekst Inge Braeckman
Gent, augustus 2017

Déesses Fragiles

Déesses Fragiles

Op het eerste gezicht portretteert “Déesses fragiles” 100 naakte vrouwen in zwart-wit.
Voor fotograaf Lieven Herreman echter, is dit het resultaat van zijn doorgedreven zoektocht naar een even broos en ambigu evenbeeld.
Het zoeken is voor hem bijna belangrijker dan het vinden. Het zijn geen gevonden beelden, ook zijn ze niet in scène gezet. De beelden zijn uitgelokt. Hij neemt de kijker mee op deze queeste naar het ultieme samenvallen van de elementen. Het is geen verzameling, maar een traject dat leidt naar een confronterend moment.
Net zoals hij, zijn het strijders voor hun eigen autonomie, maar strijders zonder hun wapens. Ze zoeken naar een onafhankelijkheid en een bestaan mét een maximum aansluiting bij hun eigen aard.
Het onvoorwaardelijk ‘geven’ is hierin een kerngedachte, wars van styling, wars van eigenbeeld, open voor een aanval van de camera, zich weerloos overgeven als ‘medium’ voor de fotograaf, lichamelijk en geestelijk, voor zijn eigen ultiem fotobeeld.
Deze dubbele gelaagdheid obsedeert hem. Wat u werkelijk ‘ziet’, is een valstrik. De ‘tegelijkertijdheid’ van de beeldende elementen, samen met het negeren van een esthetiek, en het daardoor juist maken van een eigen esthetiek, zijn de voorwaarden voor een geslaagde weergave. Op die manier vergeet de foto, foto te zijn. ‘Le moment décisif’, bewaakt of onbewaakt, blijft een voorrecht van de fotografie. Zijn moment is ‘beslissend’ als de ontkoppeling van de persoon bereikt is, wanneer het personage zich niet meer bewust is van zijn naaktheid, noch van de houdingen, volledig opgeslorpt door een hypnotiserend objectief, en alleen nog mentaal in dialoog staat met het gebeuren.

Gent, april 2013

Lymphoma

Lymphoma

Lymphoma is het resultaat van een wens om me te uiten, veroorzaakt door het samengaan van twee werkelijk extreme gevoelens: namelijk die van een nieuwe liefde en de ontdekking van een levensbedreigende kanker; komen en gaan van bij het begin.
Hierbij kreeg én benutte ik de voordelen van mijn absolute betrokkenheid, zowel bij het liefdesgebeuren als bij het kankergebeuren. De selectie van de beelden kon alleen door mezelf gemaakt worden, zonder beperkingen van de gefotografeerde.
In tegenstelling met wat men zou vermoeden, handelt “Lymphoma” over het eeuwig en gelijktijdig samengaan, én het onscheidbare van het rationele en het irrationele.

Ik dans hierdoor voortdurend op de koord van het directe, het subjectieve, het inhoudelijke, het dramatische, gecombineerd met het esthetische.

Het maken van een zelfportret geeft me de vrijheid om deze dans compromisloos uit te voeren. De lengte van mijn arm is de beperking van de maximale afstand die ik kan nemen tussen de camera en mijn onderwerp, mezelf. Ongegeneerd kan ik de momenten kiezen om mezelf in beeld te brengen. Ditmaal bijna totaal mentaal geledigd, zij aan zij met het plastische beeld, waarop ikzelf uren toekijk in mijn ziekenhuisbed, namelijk mijn koude benen, verwarmd door een troosteloos, anoniem ziekenhuisdeken. Ook hier worden de beelden aan elkaar gerijgd op verschillende raakpunten. De inhoud van de leegte in beide beelden, of het ontbreken ervan, wordt comfortabel ondersteund door de afwezigheid van kleur. De beelden lijken voor elkaar gemaakt.

Gent, 29 mei 2007